Voordat de economische crisis toesloeg, presteerde de Frans-Vlaamse economie slecht en dat ondanks de economische groei die de rest van Europa kende. Nu met de economische crisis, is het gewoon erger geworden. De crisis heeft onze economie onder de hogedrukreiniger geplaatst en heeft gezorgd dat wat we als de grootste motoren van de Frans-Vlaamse economie beschouwden, namelijk de zware industrie, aan het kantelen of aan het verdwijnen is.

Niet alle regio’s in Europa zijn op dezelfde manier door de economische crisis getroffen. Als we de meest succesvolle regio’s in Europa bekijken zoals Lombardië, Catalonië, Bayern, Belgisch Vlaanderen, dan vinden wij altijd de zelfde kenmerken:

    • Een sterke eigen cultuur (taal, tradities, architectuur …) verschillend van de rest van het land.
    • Een rijke geschiedenis.
    • Een voordelige geografische ligging.
    • Een regio die makkelijk bereikbaar is (lucht, weg, spoorweg).
    • Een meertalige bevolking.
    • Een hoog onderwijs niveau.
    • Een aantrekkelijke en beschermde omgeving.
    • Een economie die gericht is op sectoren met een zekere toekomst.

Frans-Vlaanderen beschikt over twee kenmerken die van haar een rijke regio zou moeten maken:

    • Een rijke geschiedenis.
    • Een voordelige geografische ligging.

Frans-Vlaanderen heeft ook haar eigen cultuur, maar deze is helemaal niet sterk. Een sterke cultuur zorgt dat die regio’s met vertrouwen in de globalisering evolueren, dat ze iets te bieden hebben aan de werknemers van de bedrijven die hun regionale hoofdkantoren willen vestigen. Elzas en Bretagne hebben al lang begrepen hoe belangrijk het is om een eigen sterke cultuur te hebben en zorgen voor hun promotie.

Wat zijn de andere verbeteringspunten dan?:

    • Vanuit Noord-Europa, is Frans-Vlaanderen alleen maar goed bereikbaar met de auto. Als u vanuit Londen, Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Breda, Brussel en zijn luchthaven, Gent, Antwerpen, Brugge of Keulen met de trein komt, is het een echte expeditie om in Duinkerke te geraken.

    Het is belangrijk dat:

      o De spoorweg tussen Duinkerke en Adinkerke weer in gebruik wordt genomen om treinen en tram-treinen tussen België en Duinkerke te laten rijden (zie artikel: Het gemiste spoor tussen Duinkerke en Adinkerke).
      o De spoorverbinding tussen Duinkerke en Kales Fréthun vlotter wordt om de reis naar Londen makkelijker en sneller te maken.
      o De luchthaven van Rijsel makkelijker toegankelijk is vanuit Frans-Vlaanderen.

    • De meertaligheid van de bevolking was vroeger geen probleem. Iedereen was tenminste tweetalig (Frans/Frans-Vlaams) en kon makkelijk het Engels, het Nederlands en het Duits leren. Het was zelfs bekend tussen de Engelse leraren dat de leerlingen die Frans-Vlaams met hun ouders praatten, beter Engels konden dan de leerlingen die thuis Frans praatten. Nu is de situatie totaal anders. Het Frans-Vlaams wordt bijna niet meer thuis gesproken, de leerlingen leren het Engels en nemen vaak het Spaans als tweede taal omdat het makkelijk lijkt en het mooi klinkt. Op het einde van de rit, kunnen ze bijna geen deftig Engels praten en ze gebruiken nooit het Spaans omdat Frans-Vlaanderen weinig met Spanje werkt. Het resultaat is bekend, werkloosheid, bedrijven die de Benelux niet kunnen veroveren en jongeren die helemaal niet met hun buren kunnen communiceren en die naar Parijs moeten emigreren om een job te vinden.

    Het is dus belangrijk dat:

      o In iedere onderwijsinstelling (van kleuterschool tot universiteit) in Frans-Vlaanderen het mogelijk is om het Frans-Vlaams te leren.
      o Een tweetalig (Frans/Frans-Vlaams) of drietalig (Frans/Frans-Vlaams/Nederlands) onderwijs wordt gelanceerd.
      o In ieder college, lycée en universiteit van Frans-Vlaanderen, het mogelijk is om het Nederlands te leren.
      o De Vlaamse en Nederlandse openbare TV-zenders via de antenne, de Kabel en ADSL verkrijgbaar zijn.

    • Het is bekend dat de jonge Frans-Vlamingen niet het best scoren op nationaal niveau op het gebied van onderwijs en als u weet dat Belgisch Vlaanderen een hoger onderwijsniveau dan Frankrijk hanteert, dan is er reden genoeg om zich zorgen te maken. Bovendien, door het beschadigde milieu en de werkloosheid ontvluchten de hoogopgeleiden Frans-Vlaanderen.

    De oplossing is dat:

      o Frans-Vlaanderen een specifieke aanpak op het gebeid van het onderwijs krijgt.
      o Actie wordt ondergenomen om de hoogopgeleide Frans-Vlamingen terug in Frans-Vlaanderen te krijgen. Dat is de enige manier om innovatieve bedrijven in Frans-Vlaanderen aan te trekken.
      o Er avondcursussen worden georganiseerd om te zorgen dat de huidige werknemers hun kennis up to date houden en dat de werknemers die straks ontslaan worden snel weer aan een nieuwe baan kunnen komen.

    • Als u door Frans-Vlaanderen reist, ziet u een beschadigde en vervuilde kust, een charmeloze en weinige aantrekkelijke stad waarin zelfs de inwoners niet gaan shoppen en die zich Duinkerke noemt, een redelijk beschermd platteland met dorpen die stilaan hun charme verliezen en steeds meer lijken op doodgewone Franse dorpen.

    Het is dus dringend dat :

      o De fabrieken zoals Arcelor sluiten om de omgeving en de luchtkwaliteit te verbeteren. De ontmanteling van de fabrieken en de sanering van de gronden zullen minimaal 5 jaar duren en zullen voor de werkgelegenheid zorgen van de oudste werknemers tot dat ze de pensioenleeftijd hebben bereikt. Wie zal betalen? De fabrieken natuurlijk!
      o Duinkerke en onze dorpen weer de Vlaamse charme krijgen door:

        – Duinkerke volgens de Vlaamse architectuur te laten verbrouwen.
        – Kasseien in plaats van macadam voor de straten en voetpaden te gebruiken.
        – Een tweetalige (Frans/Frans-Vlaams) signalisatie op de straat, in de publieke gebouwen, in het OV in te voeren.
        – Een tram-trein door Duinkerke te laten rijden.
        – Een echte promotie van de fiets als vervoersmiddel te lanceren.

    • Frans-Vlaanderen moet weer aantrekkelijk worden, niet alleen voor zijn jeugd maar ook voor investeerders in nieuwe technologieën om nieuwe activiteiten aan te trekken en dus de economie op een duurzame manier en zonder subsidies te laten groeien.

    • Zoals het in de introductie staat, zijn de pilaren van de Frans-Vlaamse economie helemaal “out of date“. Het is belangrijk dat onze economie niet meer door grote fabrieken maar door kleine KMO’s wordt gesteund die het liefst door de Frans-Vlamingen zelf worden gecreëerd en die innovatief zijn. Zo is onze toekomst door onszelf en niet door een paar mensen in Parijs bepaald en worden de winsten in onze eigen economie geïnjecteerd.

Het is tijd dat onze politici begrijpen dat men niet betrouwbare en duurzame economische activiteiten dankzij subsidies aantrekt, maar dankzij een duidelijke strategie die zorgt dat Frans-Vlaanderen interessant wordt voor economische activiteiten die een toekomst in West-Europa hebben. Met betrouwbare en duurzame economische activiteiten bedoelt Den draed economische activiteiten die niet dankzij subsidies functioneren, die goede lonen aan de werknemers uitbetalen, die niet het milieu belasten en die een toekomst hebben. Met aantrekkelijk, bedoelt Den Draed een regio waarin de bedrijven makkelijk goed opgeleide mensen kunnen vinden, een regio die makkelijk bereikbaar is en waarvan de bedrijven trots zijn om daar gevestigd te zijn en die daarover communiceren.

Reageer op dit artikel op het forum “Frans-Vlaanderen in het Nederlands”